Lezen.

Korte inhoud

Een verweesde knaap vlucht in zijn verbeelding om zich na een traumatische start door zijn loodzware zangopleiding heen te worstelen. Met scha en schande leert hij de prijs van doorzetten en opgeven.

Een aanstormende diva moet met haar oude demonen in het reine zien te komen. Maar door haar eigenzinnigheid strijkt ze haar adellijke opdrachtgevers meteen tegen de haren in.

Een visverkoopster laat alles wat zij liefheeft in de steek. Gewapend met een ongeopende brief en achtervolgd door een vreselijk geheim kiest zij voor een dolend bestaan.

Volstaan de scherven van drie levens om één gebroken ziel te lijmen?

‘Stem’ is een historische roman, geïnspireerd door de tragische levens van castraatzangers. Het verhaal speelt zich af in het Italië van de 17de eeuw. ‘Stem’ leest als een literaire opera, een allegorie over de broze kracht van de stem en de verwoestende impact van zwijgen.

Personages

Arcangelo.

Dan hoort hij haar. Die ene stem. Stralender nog dan de maan in de nacht. Helder als glas. Opgewekter dan de lente. Zij richt zich tot hem. Alsof hij de enige toeschouwer was in een lege zaal. Met de trefzekerheid van een boogschutter richt ze haar pijlpunt recht op zijn hart. Arcangelo laat zich raken. Verrast en vol verwarring luistert hij naar het sonore geklater aan de andere kant van de tafel. De blonde krullenberg tegenover hem schalt een potpourri van vrolijkheid op zijn schalmei. Hij reikt Arcangelo de kruik aan. Schuift de papkom naar hem toe. Werktuiglijk bedient Arcangelo zich. Hij klampt zich vast aan de smetteloze klanken die op meeuwenvleugels boven de branding scheren. Geen touw kan hij vastknopen aan het bemoedigende gebrabbel. En toch verkwikt het hem. Met de schamele frisheid van een flinterdunne ijslaag op een meer zonder bodem. De ander legt zijn hand op zijn hart en klopt zich op de borst.
‘Donatello.’

Ze sluit haar ogen. Hij vlijt haar handen op zijn blote vel. Zuigt de geut zuurstof tussen hun monden in zich op. De spieren onder zijn speklaag zetten zich schrap. De lucht vriest tot sneeuw in zijn buik. Hij streelt haar vingers die op de band boven zijn bekken rusten. Zijn huid veert mee als verse deeg. Uit zijn getuite lippen ontsnapt een stemloos zuchten. Het zendt een koele bries langs haar voorhoofd die het dons onder haar bles doet jubelen. Ze zet de klokken stil. Voelt zijn handen om haar lendenen. Hoort zijn stem die haar aanspoort om te doen zoals hij. Ze blazen in unisono in en uit. Zoveel zuurstof in hun longen persend dat ze beiden dronken worden. Als van een wijn die het schuim draagt van haar jeugd en de droesem van zijn wijsheid. Ze ademen samen en elk voor zich. De lucht waait zwijgend van de ene in de ander. Het stille spel van in en uit.

Angelina.

Angelina.

Ze sluit haar ogen. Hij vlijt haar handen op zijn blote vel. Zuigt de geut zuurstof tussen hun monden in zich op. De spieren onder zijn speklaag zetten zich schrap. De lucht vriest tot sneeuw in zijn buik. Hij streelt haar vingers die op de band boven zijn bekken rusten. Zijn huid veert mee als verse deeg. Uit zijn getuite lippen ontsnapt een stemloos zuchten. Het zendt een koele bries langs haar voorhoofd die het dons onder haar bles doet jubelen. Ze zet de klokken stil. Voelt zijn handen om haar lendenen. Hoort zijn stem die haar aanspoort om te doen zoals hij. Ze blazen in unisono in en uit. Zoveel zuurstof in hun longen persend dat ze beiden dronken worden. Als van een wijn die het schuim draagt van haar jeugd en de droesem van zijn wijsheid. Ze ademen samen en elk voor zich. De lucht waait zwijgend van de ene in de ander. Het stille spel van in en uit.

De oudere vrouw.

‘Zet hem op, meid.’ Conchita knipoogt terwijl ze me de ladder op helpt.
Achter de doeken slaat Slapers stentorstem aan het declameren. Ontstelde kreten in het publiek. Een paar mensen honen wat. Slapers spottende repliek jaagt een vloedgolf van geschater door de menigte. Met beide handen zet ik me van de sporten af. Trede voor trede hijs ik me op mijn achterwerk omhoog.
Conchita houdt het trapladdertje stevig vast. Ze let erop dat ik niet kan vallen. Als ik eenmaal boven ben, tilt ze mijn samengebonden benen over de rand van het aquarium en laat ze behoedzaam zakken. Veel plaats heb ik niet. Ik glijd tussen de glazen platen. Het water gutst over de bak. Conchita luistert aandachtig naar Slapers betoog.
‘Nu!’ fluistert ze. ‘Zo lang als je kan.’
Ik haal diep adem. Met ongekende tederheid duwt Conchita mijn hoofd onder de golven. Ik laat me stilletjes naar de bodem zinken.

0102030404